Ilawa Polen – Suwalki Polen

Dag 3

Nadat een technische controle niets verontrustends aan het licht heeft gebracht, stappen we in. De tweede helft van Polen staat vandaag op het programma. Ondertussen glijdt het Poolse platteland aan ons oog voorbij. Eindeloze akkers in een zacht glooiend landschap, hier en daar een boer met paard en eg. Half Polen rijdt in een VW Passat of Audi 80, maar dan wel de versies uit de eerste helft van de jaren tachtig. We wijken uit voor fietsers, veelal smoezelige mensen die op roestige barrels vooruit proberen te komen. En als de weg weer eens zo’n troosteloos ogend berkenbos doorkruist, zien we geregeld kortgerokte meisjes staan. Sommigen lijken niet ouder dan een jaar of zestien. Kleumend van de kou bieden ze hun diensten aan. De uitlaten van de lokale vrachtwagens en landbouwtrekkers braken dikke zwarte rookpluimen. Hun hevig slingerende achterwielen doen ons telkens vermoeden dat ze op het punt staan van de as los te raken. Het kost wat moeite je voor te stellen dat deze internationale route het profiel toont van dé kandidaat lidstaat van de Europese Unie. Even talrijk als verkeersborden langs de weg zijn hier kruizen, neergezet door de nabestaanden van verkeersslachtoffers. Vooral in de bermen van de vele onoverzichtelijke bochten vormen ze een waarschuwing voor wat hier ooit misging. Het lijkt de truckers nauwelijks te deren. Verschillende keren zijn we er getuige van hoe ze tijdens hun lange inhaalmanoeuvres ternauwernood een frontale botsing met een tegenligger weten te voorkomen. Naarmate we dieper in het noorden van Polen doordringen, lijken de wegen (nog) slechter te worden. Op sommige stukken ligt de weg over tientallen kilometers lengte werkelijk bezaaid met kuilen en gaten, veroorzaakt door de strenge vorst in de afgelopen winter. Ook de overgang tussen berm en weg wordt steeds vager. In de auto gaat het zo te keer dat we een paar keer stoppen om te zien of alles nog heel is. Ondanks de korte onderbrekingen weten we de gang er aardig in te houden en zo naderen we ruim voor het eind van de middag Suwalki. Een kilometer of twintig verderop wacht de grens met Litouwen. Maar met het oog op mogelijke verzekeringsperikelen willen we niet langer dan strikt noodzakelijk in dat land verblijven. Dus is het mooi geweest voor vandaag. 

Nadat de bemanning van een tankstation (diesel kost er omgerekend ongeveer € 0,57 per liter) ons verzekert dat er een camping in de buurt is, stuiten we na lang zoeken op een knollenveld met twee netloze voetbaldoelen. Hoewel een bord ‘Kemping’ de indruk wekt dat overnachten in een kampeermiddel hier legaal is, valt de keuze op een even verderop gelegen hotel; splinternieuw en toch rekent men er maar 120 Zloty (€ 26,50) voor een luxe tweepersoons kamer, inclusief uitgebreid ontbijtbuffet én een bewaakte parking. Die nacht staat de combinatie, inmiddels getooid met een dikke laag stof en vuil, dus onder toeziend oog van een geüniformeerde jongeman. Onze dagteller wijst de 278 kilometer van vandaag aan. Niet zo erg veel misschien, maar ze waren zwaar, héél zwaar!