Suwalki Polen – Litauen – Jurmala Letland

Dag 4

Rond negen uur, een paar kilometer voor de Pools-Litouwse grens, passeren we een lange stoet vrachtwagens. Die staan hier soms een hele dag te wachten voordat de douaneformaliteiten zijn afgehandeld. De berm ligt vol afval, weggegooid door de verveelde chauffeurs. Op enkele honderden meters van de grensovergang dwingt een dame in uniform ons tot stoppen. Hoewel haar gelaatsuitdrukking weinig goeds voorspelt, blijkt het om iets redelijk onschuldigs te gaan: de aanschaf van de extra autoverzekering. Ruim een half uur later en € 39 armer rijden we langzaam verder, tot de volgende halte. Polen uit is gelukkig geen enkel probleem, de douanier gebaart ons vriendelijk door te rijden. Maar dan komt het: Litouwen! Hoewel de beambten ook hier in een goede bui lijken te verkeren, verdwijnen ze toch met al onze paperassen in een wat smoezelig uitziend kantoor. Pas een dik kwartier later komt er weer eentje tevoorschijn met de mededeling dat we er zó niet in komen. In gebroken Duits probeert hij uit te leggen wat er aan de hand is: “Papier nicht gut, umkeren!” Als we hem duidelijk hebben gemaakt dat echt niet van plan te zijn en met onze perskaart zwaaien, belt hij z’n chef. Een uur verstrijkt. Dan komt een aftandse Skoda bij het grenshok tot stilstand; de chef. In een mengeling van Litouws en Engels tracht deze man ons er nogmaals van te overtuigen dat we in zijn land geen schijn van kans hebben. “If I let you pass, the police will arrest you!”, waarschuwt hij. Reden: de aanhanger heeft hetzelfde kenteken als de auto! Enfin, nadat we de man bereid hebben gevonden de plaatselijke politie te bellen en daar te vragen met welke soort kentekens de talrijke Nederlandse trekkeropleggercombinaties (in elk geval tot september) door Litouwen rijden, geeft hij zich gewonnen. Twee flessen whisky overtuigen hem om z’n collega’s bij de Letse grens te bellen dat we er aan komen. 

Tegen twaalven vervolgen we ons avontuur. In Litouwen is direct al duidelijk dat we Polen achter ons hebben gelaten. Hoewel de rijkdom er nog lang niet vanaf straalt, is het land veel schoner. Huizen, boerderijen en vooral de erven eromheen zien er gewoon een stuk verzorgder uit. Met name binnen de bebouwde kom moet je nog wel bedacht zijn op slechte plekken, maar over het algemeen zijn ook de doorgaande wegen hier stukken beter dan in Polen. Doordat Litouwen geen onderscheid maakt tussen auto’s met en zonder aanhanger, mogen wij op de kaarsrechte vierbaans wegen in dit land ook 110 km/u rijden. Dat schiet lekker op. Via Kaunas gaat het richting Riga. ‘Getraind’ als we inmiddels zijn, lukt het al snel de Letse douane te overtuigen wat het doel van onze tocht is. Het passeren van deze grens vraagt daardoor ‘slechts’ een uur. Aan het begin van de avond bereiken we Jurmala, een kleine dertig kilometer van Letlands hoofdstad Riga. Door de gure noordwestenwind kun je hier letterlijk aan den lijve ondervinden hoe koud het water van de nabij gelegen Oostzee nog moet zijn. Geparkeerd naast een vervallen hotelcomplex merken we daar gelukkig niet zoveel van. Kijkend op de dagteller (380 km) realiseren we ons dat het gedoe aan de grens de verhouding tussen het aantal gereden kilometers en de tijd die daarvoor nodig was, nogal scheefgetrokken heeft. Aan de andere kant is het wel weer een prettige gedachte dat de Litouwse douane vandaag wellicht toch wat van ons opgestoken heeft.