Berichten

Dag 30 Hirtshals Denemarken – Nederland (± 920 km)

Vandaag in een ruk naar huis. Op de snelle routes hier is het slingerende achterwiel goed te voelen. Koffie bij een McDonalds. De kilometerteller staat op 8.163 kilometer.

Dag 29 Kristiansand Noorwegen – Hirtshals Denemarken (±25 km)

overtocht Noorwegen – Denemarken (snelboot ±2 uur)

’t Is er niet van gekomen om gelijk door te rijden. Drank aan boord….. We hebben ons tentje weer opgezet in Hirtshals en vieren nog een dagje vakantie.  We besluiten om morgen in een ruk naar huis te rijden.

Dag 28 Kristiansand Noorwegen (±50 km)

We hebben de kaartjes opgehaald. Voor de snelle boot deze keer, want dan kunnen we nog een tijdje rijden als we in Denemarken voet aan land zetten. Omdat we nog geen elanden hadden gezien rijden we naar de dierentuin, waar ze er ook een paar zouden hebben. Helaas is het hok leeg omdat de eland naar een andere dierentuin is voor een fokprogramma. Fijn voor hem, wij nog steeds geen eland.

Dag 27 Roldal Noorwegen – Kristiansand Noorwegen (±320 km)

Vandaag rijden we terug naar Kristiaansand naar camping Ceesie Camp. De kapotte lamp van de heenweg ligt nog steeds in het toiletgebouw. Toch moeten er nu al heel wat toeristen zijn geweest. Een bende dus. Kom op Ceeeeesiiiiieieie. HARDER werken!

Dag 26 Gudvangen Noorwegen – Roldal Noorwegen (±190 km)

13e overtocht Bruravik – Brimnes (±10 min)

Het heeft toch weer een groot deel van de nacht geregend, maar bij vertrek was het weer droog. De route begint met een leuke afdaling met enkele haarspeldbochten, vlak langs een waterval. We maken wat foto’s van de Stalheimfossen, een waterval van bijna 125 meter hoogte, en slaan in Vinje linksaf voor foto’s van de Tvinnefoss, die als over traptreden naar beneden dondert. Hier zijn trouwens ook steeds campings. Vanuit Voss rijden we over de 7 en 13 naar Bruravik en steken daar met de boot over naar Brimnes. Daarna rijden we alleen nog maar de route van de heenweg, dus ook weer langs de Latefoss van 165 meter hoog, die nu nog meer water geeft dan de eerste keer.

Bij Seim Camping in Roldal kamperen we, vanwege het nieuwe toiletgebouw maar weer hier. Het is droog en het blijft droog, al is aan de modderige sporen van caravans te zien dat ’t hier niet aldoor zonneschijn is geweest. De tent is weer droog en we hebben zelfs buiten aan ‘onze’ picknicktafel gegeten. Er staat zowaar overal gras, waarop we een hele berg uitrusting uitstallen om te ontvochtigen.

Dag 25 Geiranger Noorwegen – Goudvangen Noorwegen (±190 km)

12e overtocht Kaupanger – Gudvangen (±2 uur)

Vandaag is het begin in elk geval veel beter. Het is droog, maar er hangt wel lage bewolking. Terugrijden via Trollstigen heeft daarom weinig zin. Dat moet maar wachten tot een volgende bezoek. Overigens staat ons nog genoeg leuks te wachten nu we in het toeristisch gedeelte zijn aanbeland. Doorrijden doen we niet met pijn in het hart. De Wrangler past precies, alsof we er mee zijn vergroeid, en is echt een tweede huis geworden. Dit kunnen we nu ook best maanden volhouden.

Vanuit Geiranger rijden we naar het zuiden, om na ongeveer 23 kilometer bij weg 15 af te slaan naar rechts, gelijk door een tunnel van een kilometertje of vijf. Na 50 kilometer adembenemend landschap slaan we maar eens linksaf weg 60 op, die over ongeveer 60 kilometer naar weg 1 leidt. Dit is duidelijk een toeristische route, want het is een stuk drukker op het smalle weggetje. Allemaal buitenlandse kentekens, nauwelijks Noren.

Het weer knapt een heel stuk op. Regelmatig rijden we door kleine tunneltjes, waar in het donker een flink aantal geiten staat te schuilen voor de brandende zon. Die moeten er zeker ook eerst weer aan wennen. Het ene moment rijden we in de sneeuw in een winterlandschap, even later naar beneden in de brandende zon door zomerse groene weelde en dennenbossen waarin de bomen net allemaal uitlopen met lichtgroene punten aan de takken.

Bij Loen slaan we af in de richting van het meer Lovatnet en volgen een onverharde weg aan de noordkant naar de voet van een Gletsjer. Er is een grote parkeerplaats waar een tiental touringcars staan en het terras van een groot restaurant zit bomvol bejaarden. Het uitzicht op de Boyabreen gletsjer is echter fantastisch en we zitten even later tussen de bejaarden op het terras. Lekker aan een groot glas bier (alcoholvrije Clausthaler) en een hamburger met friet. Daarna volgen we weg 60 verder zuid richting weg 1, waar we bij Byrkjelo naar links oprijden. De hele route leidt ons om het Jostedals Breen, een gletsjermassief waar we nu nog niet doorheen kunnen. Steeds hebben we uitzicht op gletsjers, ijs en sneeuwbergen. Een paar (20) kilometer verder slaan we in Skei alweer linksaf de 625 op in de richting Kaupanger. We fotograferen nog een in prachtige staat verkerende staafkerk, maar ik weet nu al niet meer in welk gehucht. Dat vullen we later wel in. Na 13 kilometer staan we voor de ingang van een donkere tunnel onder het gletsjermassief door. 6,4 kilometer lang en verderop nog eens 7 kilometer tunnelen door het donker.

Vanuit Kaupanger varen we in twee uurtjes door de smalste fjorden van Noorwegen, de Auerlandsfjord en de Naeroyfjord naar Gudvangen. Het was inderdaad smal, met aan beide zijden zeer steile, honderden meters hoge kliffen met ontelbare watervallen die van een paar druppels, tot Niagara-achtige hoeveelheden water omlaag storten. Zeker de moeite van nog een keer varen waard. Dat de fjorden een attractie zijn zien we aan alle bejaarden in het restaurant van de veerboot. Overigens nu eens geen badkuip als schip, maar meer een cruiseschip. Veel passagiers doen dan ook een retourtje op de boot. In Gudvangen loopt het fjord nog door, maar is geblokkeerd voor te grote schepen zoals de veerboot. Via een kanaal kun je nog wel verder. Wij moeten dus van de boot af en besluiten om camping Vang in Gudvangen maar meteen te pakken. Het is er redelijk druk. Omdat het nog vroeg is kunnen we de uitrusting nog een beetje te drogen hangen. Vlak na het opzetten van de tent breekt de aluminium boogstok in de zeiknatte luifel af en scheurt het doek van de luifel ook maar gelijk kapot. Een paar reserve luifelstokken brengen uitkomst voor de laatste paar dagen.  

Dag 24 Andalsnes Noorwegen – Geiranger Noorwegen (±150 km)

11e overtocht Ling – Eidsdal (±20 min)

Vandaag volgen we gewoon weg 63 van Andalsnes naar Geiranger. Die weg loopt al snel omhoog, naar schatting 800 a 1000 meter via veel bochten en 11 echte haarspeldbochten.

De weg omhoog heet Trolstigen. Die naam staat voor de vorm van de bergkam, een soort reuzentrap, waarover je omhoog rijdt. De trap van de trollen. Jammer genoeg regent het nog steeds enorm en rijden we omhoog de dikke vette nevel in. Een waterval met een bruggetje er over is het mooiste punt dat we nog net kunnen zien. Helemaal boven ontwaren we wel het bordje uitzichtpunt, maar uitzicht; ho maar. Alleen laaghangende wolken. Dus dan maar een fotootje nemen bij een Troll, souveniertje kopen, koffie met gebak en door, snel naar beneden, naar Valdall. Omdat er ook op hoogte weinig sneeuw ligt, zijn onverharde wegen nu te berijden. Net voorbij dat dorpje volgen we een bordje Zakariasdammen, over een onverharde weg loopt het stijl omhoog om uit te komen bij een enorme stuwdam. Prachtig om daar bij en over te rijden en de omgeving te verkennen. We kruipen via een vervallen pad vol stenen naar de voet van de dam. Eindelijk een keer in z’n laag en de 4×4 echt nodig. Door de regen en nattigheid rijden we later verder via weg 63 naar Geiranger en steken de Norddalsfjord tussen Ling en Eidsdal over met een veer dat daar bijna een half uur over doet. Dat hier veel toeristen met caravans zijn geweest en dat het al langer slecht weer is zien we aan de modderpoelen op de camping in Geiranger. Met veel moeite vinden we een plekje, op een hoekje waar geen caravan past, in het gras. Wat een trieste bedoening.

Dag 23 Kjelstad Noorwegen – Andalsnes Noorwegen (±260 km)

Gaandeweg de dag wordt het enorm slecht weer. Dat gaat gepaard met regen, mist, kou en wind. Er is dan ook geen enkel bijzonder feit te melden over bijna 300 km die we toch nog hebben gereden. We zitten in de aut, ruitenwissers aan, waterballet binnen etc. We verlaten de E6 bij Updal voor weg 70, rijden bij Sumdalsora via de 62 en de 660 richting Andalsnes. Uiteindelijk stoppen we in Andalsnes bij camping Mjelva. Pas ’s avonds laat is het even droog genoeg om een fotootje te nemen. Alles is nat, de tent, slaapzakken en kleding en de auto van binnen. Van de duizend meter hoge Trollenmuur, die hier de speciale attractie vormt, kunnen we helemaal niets ontwaren door de mist. Misschien morgen, maar veel beter lijkt het nog niet te worden. En wachten kan niet meer, we moeten nu terug.  

BewarenBewaren

Dag 22 Thorghatten Noorwegen – Kjelstad Noorwegen (±460 km)

Als we opstaan is de tent bevroren. Het is waterkoud en de lucht bevat zoveel vocht dat we nat worden als we bewegen. Dat vocht vriest ook vast op de tent.

Dus maar snel ingepakt en na lang soebatten zien we af van een beklimming van Thorgatten. Helemaal die berg op voor een fotootje in dat gat zien we niet zitten na de inspannenden rit van gisteren. Vandaag moeten we weer eens flink kilometers maken om de toeristische gebieden rond ‘de Trol’ niet te hoeven overslaan. Eerst rijden we via de 811 naar het noorden om de landtong van Thorgatten te kunnen verlaten. Daarna een stukje over de 17 en vervolgens via weg 76 op de E6 aan. De 76 is een sfeervol smal rustiek weggetje, een karrenspoor over de oevers van de fjorden.

We doen weer prachtige plekken aan en ondanks de bewolking zit opschieten er niet in. Aan het eind van weg 76 vinden we een paar borden die naar grotten verwijzen, maar de grotten zelf kunnen we niet vinden. Op de E6 is het een stuk drukker dan een aantal dagen geleden. We komen ook veel andere nationaliteiten tegen. Langs de weg is nu alles groen en het staat vol bloemen. Omdat we hier eerder waren is het verschil heel erg duidelijk. Of we zo vanuit de winter de zomer binnen rijden. Pas na Trondheim gaat het gas er af. Bij Kjelstad camping in…; juist. Toeristen zijn er nog niet, alleen een stelletje dat een hutje gebruikt om er een uurtje van bil te gaan. We eten gebakken aardappelen en een blikje groente.

Dag 21 Foroy Noorwegen – Thorghatten Noorwegen (±215 km)

6e overtocht Foroy – Agskardet (±10 min)

7e overtocht Jektvik – Kilboghamn (±60 min)

8e overtocht Nesna – Levang (±25 min)

9e overtocht Tjotta – Forvik (±60 min)

10e overtocht Anddalsvag – Horn (±20 min)

Vandaag kunnen we uitslapen. Uit de spoorboekjes hebben we een route uitgestippeld die via vijf bootverbindingen naar Thorgatten leidt. De eerste overtocht tussen Foroy en Agskardet is geen probleem. Tegen 10.30 rijden we in Jektvik bij de tweede boot de kade op. Helaas vaart de pont van 11.45 uur op zondag – dagen van de week tellen we niet meer – niet en gaat de eerstvolgende boot pas om 15.20 uur. Er zit niets anders op dan te wachten, want omrijden is geen optie en de doorsteekjes over onverharde wegen zijn afgesloten. We besluiten ons geen zorgen te maken en af te wachten hoe ver we vandaag komen.

De veerboot gaat precies op tijd en komt om 16.20 uur, weer precies volgens schema, aan in Kilboghamn. Dat geeft ons 70 minuten om de 91 kilometer naar de andere kant van het eiland, naar Nesna af te leggen. In een soort race met een stuk of vijf andere reizigers, scheuren we het eiland over en als we de boot oprijden vaart die ook gelijk af. Ze hadden vast gehoord dat er ook nog een rode Jeep moest komen. Op deze veerboot staan we met nog maar vier auto’s, dus eentje is onderweg nog afgehaakt. Een klein halfuurtje later zijn we in Levang, waar we weer alleen de weg op gaan. We volgen weg 17 naar Tjotta. Die brengt ons over een enorme tolbrug, de Helgelandsbrua.

De tuibrug is 1.065 meter lang en 168 meter hoog met het wegdek 40 meter boven zeeniveau. We maken een aantal foto’s vlak bij de tolhuisjes en mogen na betaling op ons gemak oversteken. Stoppen is verboden, maar voor ons vandaag toegestaan. De eilandengroep die we passeren is weer indrukwekkend en over de rotsen rijd je hier en daar zo het fjord in. In Tjotta eten we weer eens een warme hap op de parkeerplaats bij de veerboot. Deze keer is het paste uit een pakje, boordevol gehakt en lekker pittig. Natuurlijk een broodje er bij. Het weer is behoorlijk opgeknapt, boven zee breekt de bewolking zelfs open. Van Tjotta naar Forvik is een uurtje varen, waarna we nog zeven kilometer rijden tot het haventje van Anddalsvag.

De laatste boot naar Horn is op papier net weg, maar het bordje bij de kade geeft als lichtpuntje aan dat hij bij weinig klanten blijft liggen en vanaf de overkant de kade in de gaten houdt. Hij vaart dan niet volgens de dienstregeling. Net als we besloten om de tent honderd meter van de kade op te zetten, zien we de veerpont aan de overkant de haven uit tuffen. 

We zijn gespot toen ik met de Jeep ‘dreigde over te steken’ en de schuine kade naar benden af reed naar het water. Er komt een geheel lege boot om ons te halen en als enige passagiers gaan we mee naar de overkant, naar Horn. Om 23.45 uur staat de tent op camping Thorghatten, meer dan een weiland is het niet, en zit ik aan een biertje. Tijdens een van de boottochtjes van vandaag passeerden we ook nog de Poolcirkel, iets dat met veel tamtam wordt aangekondigd. Op welke boot, dat is ons even ontschoten.

BewarenBewarenBewarenBewaren